50 jaar Cultuurraad Oostende


woensdag, 20 september, 2017
50 jaar Cultuurraad Oostende

Schepen Bart Plasschaert feliciteert graag de kranige vijftiger!

Graag wil ik de kranige vijftiger feliciteren.De Adviesraad is ontstaan in de woelige jarige ’60 waarbij her en der burgerinitiatieven opdoken en waarvan mei ’68 de internationale culminatie was. In heel West-Europa klinkt de vraag naar meer directe democratie en vaak naar regionalisering. Inspraak en participatie worden de heersende termen. Ook in Oostende lieten wakkere burgers van zich horen. Onder impuls van het Stadsbestuur namen 12 cultuurorganisaties het heft in handen en richtten op 18 september 1967 een inspraakorgaan op: de Kulturele Raad Oostende was geboren. Het Stadsbestuur engageerde zich om het nieuwe adviesorgaan te ondersteunen en te consulteren bij de algemene culturele politiek. Er was regelmatig overleg over het beheer van het toenmalige Kultureel Centrum en een afgevaardigde van de Stad werd telkens uitgenodigd voor de vergaderingen van de KRO. Het was één van de eerste culturele raden die in Vlaanderen werden erkend door het Belgische Ministerie van Nederlandse Cultuur.

 

In ons Stadsarchief bevinden zich de notulen van de stichtingsvergadering en de statuten, alsook de oproep voor de eerste algemene Vergadering die op 10 oktober werd gehouden voor de 27 aangesloten verenigingen. Deze documenten bevinden zich in een map Kultureel Centrum Oostende. Dat op zich al wijst op de intense samenwerking van beide organisaties, onder impuls van toenmalig schepen voor Cultuur Raymond Miroir. Er werd een duidelijke taakverdeling afgesproken: het Kultureel Centrum organiseert tentoonstellingen, concerten, toneelvoorstellingen en andere culturele manifestaties ; de Kulturele Raad verstrekt advies over culturele materies en behartigt de belangen van de aangesloten leden, maar organiseert niet zelf.

 

Het Bureau bestond uit 4 leden: de drie fondsen (Davidsfonds, Vermeylenfonds en Willemsfonds) en secretaris Robert Paulus. Van de 12 stichtende leden zijn er 5 nog steeds actief in de huidige Cultuurraad, met name de drie fondsen, de Volkshogeschool en Koninklijke Toneelkring Nut en Vermaak. Van de 27 oorspronkelijke leden zijn er 15 die nog steeds een culturele werking ontplooien, de 12 overige zijn ofwel overgestapt naar de Jeugdraad (Chiro) of hebben hun werking gestaakt.

 

Sinds de oprichting van de KRO in 1967 voltrok zich in België een staatskundige reorganisatie waardoor Vlaanderen bevoegd werd voor ‘Cultuur’. Er volgden diverse decreten die de oprichting en werking van de gemeentelijke adviesorganen regelden (1976, 1991, 2001, 2012 en 2015). Het Stadsbestuur voldeed aan de decretale verplichtingen in een ondersteunende rol met financiële en personele werkingsmiddelen. Met de oprichting van een dienst Cultuur in 1987 zette het Stadsbestuur de eerste stappen naar een uitgebreider lokaal cultuurbeleid.

 

Lange tijd bleef de structuur van de cultuurraad ongewijzigd, tot de Vaste Cultuurpactcommissie in 2012 na klachten de aanbeveling deed om de structuur aan te passen aan de veranderde maatschappelijke context van de 21ste eeuw. In 2013 legde de CRO de nieuwe statuten ter goedkeuring aan de Gemeenteraad voor. De Cultuurraad zou voortaan in vier deelraden de specifieke materies Kunst en Erfgoed, Vorming, Podiumkunsten, Hobby en Vrije Tijd behandelen. Deze nieuwe structuur, die overigens al door het Stadsbestuur in 2007 was voorgesteld, heeft als voornaamste doelstelling de betrokkenheid te verhogen van de 60 verenigingen en drie experten. Tijdens de vergaderingen in de kleinere deelraden nemen de deelnemers makkelijker het woord en kunnen zij hun deskundigheid in de specifieke materie maximaal aan bod laten komen.

 

Uit het voorgaande blijkt dat inspraak en participatie noodzakelijk zijn en gewaardeerd worden. Dat de Cultuurraad deze waarden reeds 50 jaar hoog in het vaandel draagt, is de verdienste van de vrijwillige bestuursleden en de vele leden van de Algemene Vergadering die trouw op post zijn, maand na maand, jarenlang. Dankzij hun inzet worden de democratische waarden van klassieke inspraak en participatie ook in de realiteit omgezet.

 

Voor de toekomststaat staat ook het stadbestuur voor een uitdaging, de uitdaging om  het middenveld, maar ook de minder of anders georganiseerde bevolking te betrekken bij het beleid: hoe moet inspraak en medebeheer vertaald worden naar de veranderende huidige maatschappelijke context. Het groeiende aantal burgerinitiatieven illustreert de nieuwe vormen van verenigde en bewegende burgers. Op vandaag vertrekt participatie nu eenmaal van bij de mondige burger en niet meer van bij het bestuur. Het is een uitnodiging aan de Cultuurraad om een actieve rol te spelen in deze nieuwe vormen van actief burgerschap. Maar ik twijfel er totaal niet aan dat voor de toekomst de Cultuurraad haar opdracht en de nieuwe uitdagingen verder ter harte zal nemen en schitterend werk zal leveren

 

Ik wil de Cultuurraad feliciteren met de 50ste verjaardag en wens de Raad een boeiende, dynamische toekomst toe!

 

 

 

Bart Plasschaert
schepen voor cultuur